Geschiedenis Burgerweeshuis

Iets voor een ander willen doen is van alle tijden. Zo ook met kerstmis 1550. Toen namen enkele Amersfoorters het initiatief voor een ‘Arme Weeskijnderenhuijs’. Arme, zieke en ouderloze kinderen waren er in die tijd veel. Hulp voor hen was er niet dus bedelarij of simpelweg verkommeren was dus hun lot. Op 9 maart 1551 verleende het stadsbestuur goedkeuring aan het initiatief om een weeshuis op te richten. Bij de oprichting werd een beroep gedaan op de beschermheilige van de kinderen, Sint Nicolaas. Maar de naam Sint Nicolaasweeshuis is zelden gebruikt. In de volksmond werd het al snel het ‘burgerweeshuis’. Na enkele omzwervingen in het voormalige Begijnhof bij ’t Zand) en de Sint Agathastraat werd in 1611 het voormalige klooster Mariënhof aan de Zuidsingel de nieuwe huisvesting. Honderden jaren lang hebben ontelbare weeskinderen uit Amersfoort hun jeugdjaren hier doorgebracht. Het geld dat daarvoor nodig was, werd opgebracht door de bevolking zelf. Vandaag de dag is dat niet anders.

In 1804 fuseerde het Burgerweeshuis met het gemeentelijke ‘Stadskinderhuis van de Armen Noodhulp’ (opgericht in 1717). Tot 1929 bleef het weeshuis aan de Mariënhof in gebruik. Met het afnemen van het aantal weeskinderen nam de noodzaak van dit initiatief af. De stichting Burgerweeshuis Amersfoort bleef echter bestaan en is inmiddels een van de oudste instellingen van Nederland. De organisatie vond zichzelf opnieuw uit als goededoelen stichting. Waarom? Omdat er altijd behoefte is blijven bestaan aan een lokale, betrokken organisatie die kinderen in achterstandssituaties helpt waar de overheid of andere instellingen dat niet kunnen of willen doen.

In de loop van de eeuwen hebben Amersfoortse burgers geld en vastgoed nagelaten aan het Burgerweeshuis. De opbrengsten hiervan komen ten goede aan de kinderen voor wie een succesvolle aanvraag is gedaan.